Een school is pas goed als de directeur niets doet,
de leraren weinig en de leerlingen alles.
Jan Ligthart

Voorbereidend middelbaar onderwijs
VMBO
Voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs, meestal afgekort tot vmbo, is een vorm van onderwijs in Nederland. Het vmbo bestaat sinds 1999. Het vmbo sluit, net als de havo en het vwo, aan op de basisschool, en duurt vier jaar (leeftijd: 12-16 jaar). De leerlingen op vmbo worden wel vmbo'ers of vmbo-leerlingen genoemd.
Ontstaansgeschiedenis
Het vmbo is bedacht en ingevoerd door voormalig CDA - staatssecretaris Netelenbos. In 1994 heeft een commissie onder
leiding van oud onderwijsminister Chris van Veen (ook van het CDA). Het vmbo werd een samenvoegsel van de
bestaande leervormen het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo), het lager beroepsonderwijs (lbo),
het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (mavo) en sommige vormen van voortgezet
speciaal onderwijs. Het paarse kabinet stemde in met deze plannen en in 1999 werden deze ingevoerd
Leerwegen
Het vmbo biedt vier leerwegen in het voortgezet onderwijs die toeleiden naar het middelbaar beroepsonderwijs. Deze hebben de oude differentiatie van onderwijsvormen vervangen. De leerwegen binnen het vmbo verschillen vooral in de mate waarin de praktijk een plaats heeft in het onderwijs. Van meest praktisch naar meest theoretisch gerangschikt zijn de volgende leerwegen te onderscheiden:
Een groter praktijkgehalte betekent niet automatisch een lager niveau. Zo leiden de kaderberoepsgerichte, de gemengde en de theoretische leerweg in principe op naar hetzelfde niveau van vervolgopleidingen in het mbo. In de praktijk komen leerlingen uit de kaderberoepsgerichte leerweg wel vaker op een lager niveau terecht. Tussen de gemengde en de theoretische leerweg is er geen enkel niveauverschil.
Aantal leerjaren
In de eerste twee leerjaren volgen de leerlingen de basisvorming. In het derde en vierde leerjaar van het vmbo maken de leerlingen toetsen en praktische opdrachten, die meetellen voor het schoolexamen. Welke gedeelte van de stof wanneer en hoe getoetst wordt en de weging van die toetsen wordt van te voren vastgelegd in het programma van toetsing en afsluiting, PTA. Dit PTA moet elk jaar voor 1 oktober bij de Inspectie zijn ingeleverd.
Aan het einde van het vierde jaar zijn er praktische en schiftelijke eindexamens. De BB-leerlingen
krijgen voor de beroepsgerichte vakken het zogenaamde cspe (centraal schriftelijk en praktisch examen) en de
KB-leerlingen krijgen voor het beroepsgerichte programma een cie (centaal integratieve eindtoets).
Bovendien voor het theoriedeel nog een cse (centraal schriftelijk examen). Met ingang van het examen 2006 kan de school
echter voor de KB-leerlingen ook kiezen voor een cspe. Het examen voor de avo-vakken (algemeen vormend
onderwijs) worden voor zowel BB- als de KB-leerlingen schriftelijk afgenomen. In 2006 zijn scholen in de
gelegenheid gesteld om aan een pilotproject mee te doen, waarbij voor de basisberoepsgerichte leerweg de
avo-vakken met behulp van een computer worden afgenomen. Met ingang van het examen 2008 zal dit verplicht worden.
Een leerling mag slecht één keer doubleren. Als een leerling na de "vijfjarige verblijfsduur" nog geen
diploma heeft weten te halen, (behoudens zwaarwegende redenen zoals langdurige ziekte) moet er geprobeerd worden een
alternatief te vinden om de leerling toch nog een redelijke kans op de arbeidsmarkt te geven.
Begeleiding
Voor leerlingen die extra begeleiding nodig hebben voor het behalen van een diploma in een van de
leerwegen van het vmbo is er het leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).
Leerlingen die veel moeite hebben met de theorievakken, maar toch graag een diploma willen halen bestaat het
leerwerktraject. Een opleiding in het vmbo waarbij de leerling veel buiten de school leert (bij een bedrijf of
instelling). De leerling dient aan het einde van zijn opleiding maar een gedeelte van het examen te doen. (Minimaal
Nederlands en het beroepsgerichte vak). De leerling ontvangt dan wel een volwaardig BB-diploma, maar kan alleen
doorstromen in dezelfde sector, niveau 2. Ook dient er een afspraak/contract te zijn tussen de afleverende school (vmbo)
en de ontvangende school (ROC/AOC).
Het nieuwe leren
Met ingang van het schooljaar 2005-2006 is een begin gemaakt met Het nieuwe leren. Hierbij wordt van de leerling veel meer zelfstandig werken verwacht. Er wordt niet meer klassikaal lesgegeven, maar op grote open sectorpleinen, werken diverse groepjes of individuele leerlingen aan hun ontwikkeling. De docent wordt hier werkmeester of leermeester genoemd.
Sectoren
Het vmbo is onderverdeeld in sectoren. Zo zijn er vier verschillende sectoren, nl.: Economie, Techniek, Zorg en Welzijn, Landbouw (de groene sector). De sectoren zijn weer onderverdeeld in afdelingen/programma's, zoals:
De theoretische leerweg lijkt het meest op de oude mavo-D. Evenals de oude mavo kent de theoretische leerweg geen praktische vakken. De basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen lijken op het oude vbo (voorbereidend beroepsonderwijs), maar heeft in vergelijking met het vbo meer theoretische vakken. Het vmbo is geen eindopleiding. Het vmbo bereidt leerlingen voor op een vervolgopleiding (mbo).