Toets waarbij je aantoont een bepaald competentieniveau te hebben behaald aan de hand van bewijzen uit je portfolio.

Hij controleert alles wat bij een echt examen ook getoetst wordt. De projectopdracht is gebaseerd op vragen vanuit het werkveld. Iedere opleiding heeft zijn eigen toetsnamen, gewoontes en rituelen.
Toets op het niveau van toepassen, analyseren, conclusies trekken en argumenteren. Je krijgt één of meer open vragen voorgelegd die je meer of minder uitvoerig moet beantwoorden. De toets vindt met name plaats in de propedeuse en het tweede studiejaar.
Een onderdeel van de toets waarin je jouw vaardigheden laat zien aan en beoordelen door bijvoorbeeld docenten, medestudenten of mensen uit het werkveld. De kern van de casuïstiek komt overeen met de onderwerpen die je bij het project hebt bestudeerd en vraagt een transfer van deze kennis in een nieuwe situatie. Lees de casussen van de toets en zorg dat je deze begrijpt. Staat voor een product waar in het werkveld vraag naar is. Toets waarbij je aantoont een bepaald competentieniveau te hebben behaald aan de hand van bewijzen uit je portfolio.
De toets wordt spelenderwijs en in een vertrouwde omgeving afgenomen. Iedere student heeft recht op inzage na de beoordeling. Maar bedrijven met 25, of minder, werknemers kunnen volstaan met een lichtere toets door de arbodienst. De wildcard staat voor 0 of meer willekeurige tekens.