
Het bachelor-masterstelsel (ook wel BaMa-stelsel genoemd) is een nadere
uitwerking van de afspraken die 29 Europese landen in 1999 in het kader van het
Bolognaproces hebben gemaakt om in de komende tien jaar te komen tot één
Europese hogeronderwijsruimte. Ieder land streeft naar onderling vergelijkbare
graden in het hoger onderwijs. In essentie is het hoger onderwijssysteem in
ieder land straks gebaseerd op twee cycli, undergraduate en graduate. Niet de
duur van een opleiding, maar van het behaalde eindniveau is het criterium voor
de internationale vergelijkbaarheid van opleidingen. In de Bolognaverklaring
zijn ook afspraken gemaakt over meer samenwerking op het gebied van
kwaliteitszorg en curriculumontwikkeling. Zo zijn Vlaanderen en Nederland
overeengekomen elkaars opleidingen te erkennen en te controleren.
Nederland
Op 28 september 2001 is de Ministerraad akkoord gegaan met het wetsvoorstel van
minister Hermans voor de invoering van de bachelor-masterstructuur in het hoger
onderwijs. Hogescholen en universiteiten kunnen vanaf het studiejaar 2002
overgaan op dit stelsel.
De bachelor-opleiding kan gevolgd worden na een afgeronde vooropleiding in het
voortgezet onderwijs of MBO. Na de bacheloropleiding, die drie of vier jaar
duurt, kan een masteropleiding (een of twee jaar) gevolgd worden.
Vlaanderen
De Bachelor-Masterstructuur ging voor het hele hoger onderwijs in Vlaanderen van
start op 1 september 2004. Na de Bolognaverklaring (2 pagina's) heeft minister
Marleen Vanderpoorten in een ruim 100 pagina's dik structuurdecreet van 4 april
2003 dit vertaald naar de Vlaamse onderwijssituatie.
Typisch voor de Vlaamse situatie is de creatie van "associaties hoger
onderwijs". Rond elke universiteit scharen zich een aantal hogescholen voor een
samenwerkingsverband. Onder meer voor de "academisering" van de
master-opleidingen aan de hogescholen, voor het uitwerken van schakelprogramma's
tussen bachelors en masters, voor het rationeel aanwenden van mensen en middelen
en om "dubbels" te vermijden.
In Vlaanderen kent de BaMa-structuur formeel vier verschillende graden:
de graad van professionele bachelor,
de graad van academische bachelor,
de graad van master, en tot slot
de graad van doctor.
De aankomend student, in het bezit van het diploma secundair onderwijs (of
gelijkwaardig) kiest ofwel voor een professionele bachelor van minstens 3 jaar,
met het oog op een instap op de arbeidsmarkt, ofwel voor een academische
bachelor van minstens 3 jaar die zowel voorbereidt op toetreding tot de
arbeidsmarkt als de mogelijkheid biedt verder te studeren in minstens 1
masteropleiding van 1 à 2 (uitzonderlijk meer) jaar.

In Vlaanderen is een master altijd academisch. Toelating tot een masteropleiding
op basis van een behaald professioneel bachelordiploma is niet rechtstreeks
mogelijk, maar in vele gevallen wel mits het volgen van een schakel- of
brugprogramma. Als alternatief hiervan kan men eerst de voorafgaande academische
bachelor behalen met een verkort programma (bv. 2 i.p.v. 3 jaar) t.g.v.
vrijstellingen verkregen op basis van het reeds behaalde professionele
bachelordiploma. Enkel masters kunnen worden toegelaten tot het doctoraat dat na
succesvolle afronding leidt tot de graad van doctor.
Professionele bacheloropleidingen worden onderwezen op de hogescholen,
academische bachelor- en masteropleidingen zowel op de hogescholen als
universiteiten. De hogescholen mogen dit enkel in een samenwerkingsverband, ie.
associatie, met een universiteit. Hoewel er formeel geen onderscheid wordt
gemaakt tussen de academische opleidingen van de hogescholen en die van de
universiteiten (de graad is immers identiek), worden de verschillen alsnog
verduidelijkt via de vermelde kwalificatie (bv. handelswetenschappen vs.
toegepaste economische wetenschappen), of beroepstitulatuur (bv. architect vs.
burgerlijk ingenieur-architect).
Sommige academische bachelor- en mastergraden omvatten nog een bijkomende
specificatie: `of science' of `of arts'. Bepaalde mastergraden geven daarenboven
het recht op het voeren van een bij wet beschermde beroepstitel met eventueel
bijhorende afkorting. Zo mogen bv. houders van een masterdiploma met
kwalificatie geneeskunde, farmacie, architectuur, bio-ingenieurswetenschappen,
psychologie respectievelijk de beroepstitels arts, apotheker, architect,
bio-ingenieur of psycholoog voeren.
Zowel na een professionele bachelor als na een master kan men zich nog bijkomend
specialiseren of vervolmaken met respectievelijk een zogeheten professionele
Bachelor-na-Bachelor (BanaBa) (doorgaans 1 jaar studie) of Master-na-Master
(ManaMa).
Houders van de oude diploma's worden bij wet automatisch gelijkgesteld aan de
nieuwe graden en mogen bijgevolg de daaraangekoppelde titels voeren. (ie. B.,
B.Sc., B.A., M., M.Sc., M.A.) Zo wordt graduaat gelijkgesteld met professionele
bachelor en licentiaat met master.